NL EN DE

Fossee en Kolonie.  Een naam en een plaatsnaam, waarbij je toch even moet fronsen…Echt een kolonie, hier hoog in het Kempenland? Daar zit natuurlijk een brok geschiedenis aan vast.

Aan het eind van de achttiende eeuw trachtte men de heidevelden in de Belgische Kempen te ontginnen.  Tussen 1847 en 1850, na het graven van het Maas-Scheldekanaal, poogde men van hogerhand een uitgestrekte heidevlakte van 230 hectare echt te koloniseren. In Lommel werd een volledig nieuw dorp gebouwd, met twintig staatsboerderijen met elk vijf hectare landbouwgrond; en verder een kerk, een pastorie en een school. Maar daarmee had men nog geen vruchtbare grond. Om dat mirakel te verwezenlijken, legde men wateringen of vloeiweiden aan. Via de Grote Fossé - een grote sloot - en talrijke kleine slootjes werd de gronden met het kalkrijke water uit het Maas-Scheldekanaal bevloeid. De landbouwers wroetten de handen van hun lijf, maar alles mislukte. Tien jaar na de start van het project werd het opgedoekt. Al in 1860 werden de gronden verkocht aan een luciferfabriek, die er canadapopulieren aanplantte. Vandaar de latere naam: 'Stekskenswateringen'. Wat overbleef is het huidige natuurgebied 'De Watering'.  Zo ontstond  een zeer kwetsbaar reservaat met 115 verschillende vogelsoorten, 315 plantensoorten en een talrijke reeënpopulatie.